Kinderfysiotherapie Renswoude

Kinderen met overgevoeligheid voor tastprikkels

Overgevoeligheid voor tastprikkels is meestal geen op zichzelf staand fenomeen, het komt vaak in combinatie voor met overgevoeligheid voor evenwichtsprikkels (zie kinderen met bewegingsangst, onzekerheid, faalangst). Bij deze kinderen zie je vaker dat er een eigenaardige verwerking is van zintuiglijke prikkels, ook wel sensorische integratie stoornis genoemd. Deze overgevoeligheid voor tast en aanraking ziet men ook geregeld als symptoom bij autisme spectrum stoornissen (ASS), maar dit is zeker niet altijd het geval.


Hulpvraag van de ouders

U kunt contact met ons opnemen wanneer uw kind:

  • -het niet prettig vindt aangeraakt worden, geknuffeld of gekust te worden

  • -lichte aanraking ervaart als pijnlijk

  • -geïrriteerd raakt door zachte aanraking, maar hij/zij raakt anderen wel aan en dan meestal niet zachtaardig

  • -niet op blote voeten buiten wil lopen en wil niet in de zandbak wil spelen

  • -moeite heeft om tussen andere kinderen in te staan   

    Onderzoek en observatie

Het belangrijkste onderzoek bij overgevoeligheid voor tastprikkels is een vraaggesprek met de ouders, waarin diep doorgevraagd wordt. De fysiotherapeut vraagt naar details in het gedrag van het kind, en geeft tegelijkertijd uitleg hoe tactiele overgevoeligheid zich kan manifesteren. Soms wordt er gevraagd een vragenlijst in te vullen.

Therapie/instructie

Behandeling bestaat onder andere uit uitleg aan u als ouders waardoor er meer inzicht in de problematiek van uw kind ontstaat. Tactiele overgevoeligheid kan verschillen van dag tot dag. Het maakt verschil of het kind aangeraakt wordt, of zelf iemand aanraakt. Een intensieve tastprikkel wordt vaak beter verdragen dan een zachte aanraking. Het kind zelf wordt tijdens de therapie uitgenodigd om steeds meer tastprikkels en steeds intensievere aanraking op te zoeken en te ervaren.