De asymmetrische zuigeling (voorkeurshouding)

Tegenwoordig worden baby’s naar het advies van de gezondheidsraad vanaf de geboorte op hun rug te slapen gelegd. Wanneer de zuigeling op de rug gelegd wordt zie je dat hij/zij het hoofd nog niet in de middenlijn kan houden of het hoofd kan draaien. Veel baby’s liggen daarom regelmatig met het hoofdje naar één en dezelfde kant gedraaid. Wanneer de houding naar één zijde veel en langdurig wordt aangehouden kan er een voorkeur ontstaan naar die zijde. Er wordt gesproken van een asymmetrische zuigeling als het kind te vaak, te veel in een en dezelfde positie verblijft en te weinig variatie vertoont in bewegen richting de andere zijde. Kinderen met voorkeurshouding komen tegenwoordig vaak voor.

Er zijn verschillende oorzaken die tot een voorkeurshouding kunnen leiden. Belangrijk is om te onderzoeken wat de oorzaak van de voorkeurshouding is. Ofwel: is er sprake van een ideopathische (zonder onderliggende oorzaak) asymmetrie of van een symptomatische (er ligt een duidelijke oorzaak aan ten grondslag) asymmetrie.

Onder andere door een voorkeurshouding kan er een schedelasymmetrie ontstaan. Dr. L. van Vlimmeren (kinderfysiotherapeut/ onderzoeker) heeft een meetmethode ontwikkeld om betrouwbaar de asymmetrie van een schedel te kunnen meten: de PlagioCephaloMetrie (PCM) .Deze meetmethode wordt door ons toegepast.

Hulpvraag

U kunt contact met ons opnemen wanneer u het gevoel heeft dat:
-uw kind een afgeplatte schedel krijgt
-uw kind het hoofd minder naar één zijde draait
-uw kind het hoofd scheef houdt
-uw kind een knobbeltje heeft in één van de nekspieren
 
Observatie en onderzoek

Middels observatie en vooral onderzoek van de actieve- en passieve beweeglijkheid van de halswervelkolom maken wij een onderscheid tussen de verschillende diagnoses, als zijnde: voorkeurshouding, plagiocephalie met of zonder bewegingsbeperking, musculaire scheefhals met of zonder verdikking van de halsspier, de zogenaamde zuigelingenscoliose of heupproblematiek of basis van een aangeboren heupdysplasie.

Behandeling        
               
Afhankelijk van de gevonden kinderfysiotherapeutische diagnose wordt samen met de ouders bepaald of en welk soort interventie plaats vindt. De behandeling is erop gericht om de beweeglijkheid aan de niet voorkeurszijde te optimaliseren. Door middel van veilige positioneringadviezen op de uitgebolde kant van het hoofd trachten we de rondheid van het babyhoofd te bevorderen. Bij de wat oudere baby’s vanaf 2 maanden wordt vooral gebruik gemaakt van het uitlokken van bewegingen door visueel volgen. Uit de behandeling worden adviezen geformuleerd die de u als ouders- / verzorgers kunt inpassen in het dagelijks omgaan met uw baby, waaronder draag-, verzorgings- en positioneringadviezen.